Haagse Motor Club - Toerreglement 2025 (CONCEPT 2025)
1. Clubrit
Een clubrit is een motorrit die wordt gereden volgens een vooraf uitgezette route. In deze route zijn points of interest (POI) opgenomen. Het doel van een clubrit is om de route te rijden en de POI gezamenlijk te bezoeken. Om aan een clubrit deel te nemen, moet men vooraf inschrijven. Via de website kan de route worden gedownload. Deelnemers kunnen desgewenst de route uitprinten of inladen in een navigatiesysteem.
Voor deelname aan een clubrit is minimaal een WA-verzekering voor de motor verplicht en is de deelnemer in het bezit van een geldig motorrijbewijs en een kentekenbewijs. De motor is in goede conditie, bagage zit goed vast en de deelnemer draagt beschermende kleding en een goedgekeurde helm. Boordgereedschap en een bandenreparatieset behoren tot de standaard motoruitrusting. Deelname aan een clubrit is voor eigen risico. Het rijden van de uitgezette route is geheel vrijblijvend.
De organisator maakt de route, reserveert plekken bij de POI (indien nodig) en hoeft geen deelnemer te zijn van de clubrit. Een route voor een clubrit is samengesteld op basis van de meest recente (digitale) informatie en indien nodig gecontroleerd. De club, organisator of navigator kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor veranderde verkeersomstandigheden, fouten, drukfouten of afwijkingen in kaarten of navigatiesystemen. Deelnemers moeten zich te allen tijde tijdens een clubrit houden aan de geldende verkeers- en gedragsregels.
2. Baksteenformatie
Doordat een clubrit met meerdere motorrijders wordt gereden en vaak in gebieden waar ook andere motorrijders en motorclubs actief zijn, is de kans groot dat er groepjes motorrijders ontstaan die samen oprijden. Voor het rijden met meerdere motoren gelden algemene afspraken tussen motorrijders. Meerdere motorrijders rijden achter elkaar in een baksteenformatie, dusdanig compact dat het voor weggebruikers duidelijk is dat motoren netjes en overzichtelijk in formatie rijden. Dit voorkomt dat er verkeer tussen de motoren gaat rijden, waardoor er een onrustig verkeersbeeld en onveilige situaties ontstaan. Voor de onderlinge positie en afstand wordt de volgende regel gehanteerd: haal niet in, blijf altijd in dezelfde positie rijden en zorg dat je zichtbaar bent in de spiegel van je voorganger.

Motorrijders kunnen op ieder moment uit de baksteenformatie. Na het verlaten dient er zoveel afstand van de formatie worden genomen dat het voor de overige weggebruikers duidelijk is dat de motorrijder niet bij de formatie hoort. Terug- of nieuwkomers die in formatie gaan rijden dienen achter aan te sluiten. Ondanks dat er door het rijden in baksteenformatie veel ruimte ontstaat, is inhalen op dezelfde rijbaan niet toegestaan.
Op smalle of bochtige wegen wordt er nooit in baksteenformatie gereden. Er dient voldoende afstand van de voorganger te worden genomen en de achterganger moet de mogelijkheid krijgen om in te halen. Inhalen is toegestaan volgens de daartoe geldende verkeersregels.
3. Harmonica-systeem
Door het gebruik van verschillende navigatiesystemen, kaarten of instellingen kan het zijn dat de routes van de motorrijders van elkaar verschillen. Om dan toch bij elkaar te blijven, kan er worden gereden volgens het harmonica-systeem.
Bij het harmonica-systeem kiezen de motorrijders een navigator. De route van de navigator is bepalend. Zodra er van richting wordt veranderd wordt er op een veilige plek, in het zicht van de achterganger, gewacht zodat de achterganger ook weet welke richting de route op gaat. De voorganger zal hetzelfde doen waardoor de navigator uiteindelijk ook zal stoppen als er ergens een deelnemer van route is geraakt.
Het harmonica-systeem is slechts een hulpmiddel om motorrijders bij elkaar te houden. Ook in het harmonica-systeem is het rijden van de route geheel vrijblijvend. Men is echter wel verplicht om de achterganger op de hoogte te stellen als men besluit om zelfstandig verder te gaan. Dit om te voorkomen dat er een zoekactie op gang komt. Als er veel motorrijders zijn of als er een groot verschil is in rijstijlen van de motorrijders, kan er worden gekozen om met meerdere navigators te gaan rijden.
Navigators hebben geen vaste positie op de weg en krijgen extra ruimte en afstand van de motorrijders. Zo heeft de navigator voldoende tijd om de route te lezen en de verkeerssituatie te overzien.
4. Stilstaan
Bij een stop wordt de onderlinge afstand tussen de motoren zo klein mogelijk gemaakt door naast elkaar stil te staan. Bij het verder rijden wordt de oorspronkelijke formatie weer hersteld.

5. Buitenland
Clubritten in het buitenland worden altijd zelfstandig gereden. Iedere deelnemer is daarom verplicht om de route in het navigatiesysteem of telefoon te hebben staan, of een routebeschrijving op papier, liefst zichtbaar op de motor, bij zich te hebben. De organisator deelt alleen een GPX-bestand. Deelnemers kunnen met online tools het bestand naar ieder ander formaat converteren en uitprinten. Deelnemers dienen zelf te contoleren op eventuele afwijkende verkeersregels die in het buitenland gelden.
6. Gastdeelnemers
Deelnemers van aangesloten motorclubs dienen zich voorafgaand aan een clubrit aan te melden op de website. Gasten die ter kennismaking aan een clubrit of een sponsorrit deelnemen moeten een deelnameformulier invullen en ondertekenen.
7. EHBO/ICE
De deelnemers worden geadviseerd om een EHBO-kit bij zich te hebben. Leden kunnen op de website een ICE contactpersoon aan hun profiel toevoegen. Het bestuur en de leden van de toercommissie hebben toegang tot de ICE gegevens van de deelnemers. Gastdeelnemers kunnen een ICE contactpersoon op het deelnameformulier vermelden.
8. Communicatie
Deelnemers van een clubrit kunnen indien gewenst onderling met elkaar communiceren via een bluetooth helmsetjes. Om elkaar te attenderen of te waarschuwen gelden algemene signalen tussen motorrijders.

9. Wijzigingen
De toercommissie behoudt zich het recht voor om dit toerreglement te wijzigen. De wijzigingen worden via de website bekend gemaakt.